Noticias tristes y aún más vacaciones… resumen de mi Erasmus, aparentamente

Noticias tristes y aún más vacaciones… resumen de mi Erasmus, aparentamente

Ik schrijf deze blog met heel veel droefnis, en wou dat ik hem niet – of nog niet – moest neerpennen. Niet dat ik er niet naar uitkeek om te verhalen over mijn laatste paar Erasmustripjes (Heb ik ooit gezegd dat Salamanca of Granada mijn laatste Erasmusreis zou worden? Wat een mop!), maar ik dacht, eerst flink studeren, dan pas aan bloggen denken – zoals het hoort, ook, eigenlijk. Veel concentratie kan ik echter niet opbrengen vandaag, en de reden is niet heel moeilijk te achterhalen. Zo’n zin hebben in Erasmus en nergens bang voor (proberen) zijn, want als ik terugkom, zou alles gewoon hetzelfde gebleven zijn… Dat was mijn devies toen ik richting Almería trok. En wat wou ik dat het waarheid was. Helaas, niet alles is hetzelfde gebleven. Niet alleen lust ik plots Chinees, kan ik deftig werken met een wasmachine en blijk ik het helemaal niet erg te vinden, eerder leuk zelfs, om af en toe mijn eigen potje te koken; ik ben ook iemand verloren. Rust vredig, lieve lieve opa.

Gezien ik niet veel zin heb om van deze blogpost helemaal een intrieste overlijdensakte te maken (ik heb er de inspiratie noch de moed niet voor), kom ik ook met vrolijk nieuws. Een eerste punt op mijn lijst met Goede Voornemens voor het nieuwe jaar zie ik al meteen in vervulling gaan, ik heb mij namelijk ingeschreven voor een cursus Italiaans volgend semester. De dag na mijn thuiskomst begin ik aan mijn queeste om tegen de zomer zoveel meer Italiaans op te scharrelen dan “Buon giorno principessa”, “C’ho la balla pesa” en “Che cazzo” en deftig te kunnen communiceren met de grootmoeders van mijn kotgenootjes. Daarnaast heb ik twee heerlijke uitstapjes gedaan de afgelopen twee weken. Het is niet fijn om als laatste klaar te zijn met je examens, maar je hebt er wel wat tijd door om extra veel (nog meer? bestaat dat?) rond te reizen door je eigen streek. Zo verblijdde Jacques Pottie mijn pracht van een badstad met een onverwacht bezoek, en nam hij Jochen en mij mee naar het prachtigste wat er in de provincie te beleven valt: het spectaculaire zicht op zee vanuit Cabo de Gata, een beschermd natuurgebied dat zodanig mooi is dat we meteen aan onszelf beloofd hebben er na de examens nog eens te komen.

Verder hebben we nog een aantal dagen langer genoten van ‘t schone leven en ‘t schone weer in Málaga en Ronda. Málaga is die andere Andalusische badstad waar het wel eens kan krioelen van de buitenlandse strandfanaten, en veel goede hoop had ik niet opdat deze toeristische magneet in de winter een fijne bestemming was om heen te gaan. Wat bleek! Indien je effectief nul verwachtingen koestert, is Málaga een zeer idyllische plek om terecht te komen. Al kan deze al te lyrische beschrijving ook te maken hebben met de fantastische hostel waar we drie nachten ons thuis konden voelen. Na een dagje de ene stad te verkennen, was de andere al aan de beurt. Ronda tart werkelijk ieders verbeelding. Zijn schoonheid heeft deze stad te danken aan de unieke ligging, en aan de desbetreffende brug die dit alles nog wat spectaculairder maakt. Laat de foto’s maar voor zich spreken.

Málaga:

Ronda:

En wanneer gaat gij nu eindelijk eens beginnen studeren, meiske? Awel, ik ben er zowaar mee bezig. Momenteel tegelijkertijd een collectie essays van José Ángel Valente, een reeks artikels over onder meer goticisme, Rimbaud en Nietzsche en het boek voor mijn bachelorpaper aan het lezen terwijl ik ook nog twee papers aan het uitdenken ben, de een al interessanter dan de ander. Maar het is niet allemaal kommer en kwel, zondag komt Sofie toe in Almería voor een weekje en ik hoop volgende week eindelijk eens naar de solden te kunnen gaan, en daarenboven krijg ik volgend weekend hoog bezoek van een Catalaan en een Castiliaanse die zomaar even de toerist komen uithangen in Andalusië. Tegen die tijd zal ik stikjaloers zijn dat mijn examens amper begonnen zijn en die van hen al gedaan, maar uitkijken naar dat knettergekke bezoek doe ik wel. Herinneringen en vooruitzichten genoeg om me aan recht te houden. Hoe moeilijk ik het op deze seconde ook heb, alles komt goed.

Haciendo la maleta

Haciendo la maleta

U leest het goed, dit blogbericht werd geschreven temidden van de stress die steevast gepaard gaat met het maken van een valies. Zeker als het om Ryanair gaat, want 15 kilogram is nu toch wel écht te weinig om al die boeken reeds mee naar huis te sleuren. ‘t Zal voor februari zijn dan. Want inderdaad, ik ga gelukkig nog niet definitief naar huis. In januari heb ik nog les, en in februari staan er mij vier examens (van de zes vakken) te wachten, namelijk op de (u leest het goed) 6e, 7e, 8e en 9e dag van de maand. Zelfs de Blandijn doet niet beter dan dit. Dit helse examenrooster heeft ook positieve punten, en eentje in het bijzonder: ik ga op tijd terug zijn in Gent om het tweede semester in te zetten met Filologica’s Tijdloze! Op de eerste dag van het tweede semester zal ik meteen mijn intrek nemen in de knettergekke Korianderstraat, het weekend erop zal ik mijn kersvers kot volledig inrichten (bij voorkeur in Andalusische stijl) en ik ga geen enkel feestje… euh… geen enkele les moeten missen.

Maar deze blog zal niet verhalen over hoezeer ik al uitkijk naar dat nieuwe semester Gent, maar over wat voor een fantastische tijd ik hier in Almería gehad heb en nog zal hebben. Herinner je nog mijn laatste blogupdate, waarin ik zei dat het reizen tijdens dit Erasmusavontuur er eindelijk op zat? Think again. Bij terugkomst uit Salamanca begon het te dagen dat bijna iedereen het eerstkomende weekend – net als ik nu – zijn valies al zou maken. Haast niemand bleef in Almería voor de laatste lesweek van 2011. Terecht, zo bleek, bijna geen enkele professor vond het de moeite zo dicht tegen kerst zijn hoofd te laten zien op de universiteit en bijgevolg waren bijna al mijn lessen deze week afgeschaft – enkel gisteren en eergisteren had ik nog twee lesuren Spaanse literatuur. Natuurlijk begon het weer te kriebelen om een reisje te maken. Na lang te twijfelen over de bestemming, besloot ik toch opnieuw naar Granada te gaan, en wel om de volgende reden. Granada is een waar shopparadijs voor liefhebbers van Marokkaanse soeks en Moorse hebbedingen. Een ideaal excuus om cadeau’s binnen te halen voor kerst in een van de mooiste steden van Spanje. Wat ik allemaal gekocht heb, verklap ik hier niet – mijn familie leest mee en de verrassing zou er nogal af zijn – maar ik kan je verzekeren dat ze stuk voor stuk zeer content zullen zijn. Tenminste, dat hoop ik toch.

Goed gezelschap had ik zeer zeker tijdens mijn tweedaagse Granada. Mijn goede Ierse vriendin Niamh wou maar al te graag nog eens meekomen, en onderdak was daarbij meteen verzekerd gezien zij iemand kent die er het hele jaar op Erasmus zit. Zodoende werd het meer een Iers dan een Andalusisch weekendje weg, ik heb nog meer geld uitgegeven aan Guinness dan aan thee, en dat wil wat zeggen in een stad met zoveel keigezellige teterías. Zondag beleefden we een geweldig avondje uit waar we van de eerste Ierse pub – Hannigan’s II – naar de volgende – Hannigan’s I – dwarrelden. Hannigan’s II was een beetje marginaal, gezien er veel Amerikaans jong (minderjarig) grut aanwezig was die om acht uur ‘s avonds al ladderzat bleken te worden en een grote mond openzetten als het om haar “and that’s when I had my second abortion” ging. Ik wou dat ik het vorige verzonnen had. Ook een Justin Bieber-lookalike ontbrak niet aan het gezelschap, wanhopig probeerde hij er ouder uit te zien met zijn ‘Universidad de Granada’-trui maar in feite leek hij net jong genoeg om in het eerste jaar middelbaar te zitten. Later op de avond verhuisden we naar Hannigan’s I, waar het veel gezelliger vertoeven was. We dronken nog een paar laatste pints en zakten een beetje na drie af naar het kot van Greg, daags nadien zou er namelijk geshopt worden tot we erbij neervielen. Uiteindelijk ben ik zeer tevreden met mijn buit en hoop ik dat de Familie Klepkes daar hetzelfde over denkt.

Deze avond blijf ik bij Sofie eten en slapen. We nemen morgenvroeg dezelfde bus naar Malaga, zullen nog een tijdje in de badstad kunnen rondlopen vooraleer we om acht uur ‘s avonds opstijgen en een beetje voor elf opnieuw in het koude, hartverwarmende België vertoeven. Ik kijk er al naar uit. In het begin vond ik het jammer, zo laat pas op eigen bodem zijn zonder veel volk dat achterblijft in Almería, maar achteraf gezien vind ik het absoluut niet erg. Mijn ‘extra’ weekje heeft me de kans gegeven om nog optimaal te genieten van de zon, een paar keer de bloemetjes buiten te zetten, thee drinken en tapas eten met keifijne mensen, opnieuw in Granada rondlopen, een prachtige lamp te vinden voor op mijn nieuw kot, mijn examenrooster in orde te krijgen en net op tijd thuis te zijn voor kerst. Komt daar nog eens het geweldige nieuws bij dat het helemaal niet zo slecht meer gaat met opa, mirakels bestaan want hij is terug in het rustoord en blijkt voorlopig nog niet aan sterven toe te zijn. It’s the most wonderful time of the year, zij maar zeker.

En omdat dit mijn laatste blog van 2011 is, hier nog even mijn goede voornemens voor het nieuwe jaar:

1. Mij zot amuseren tijdens de maand Erasmus die mij nog rest.
2. Mijn kot zo snel en zo mooi mogelijk inrichten in Gent, zodat ik een awesome housewarming kan plannen.
3. Meer koken en meer kookavonden, net als hier in Spanje.
4. Italiaans leren!! Ja, ik ga echt doorgaan met dit gekke plan.
5. Baskenland verkennen in maart.
6. Een razend interessante bachelorpaper in elkaar flansen.
7. Eerste zit, por favor.
8. Nog meer fantastische reisplannen omzetten in realiteit, met als hoofdbestemming Italië deze zomer (Pisa, Firenze, Sienna, Bologna, Vignola, Modena…)
9. Nog snel een Spaans lief aan de haak slaan, enal.
10. and last but not least… Heel veel bijkletsen met mijn Belgische vriendjes, want ik heb jullie allemaal ferm gemist.

Tot in 2012! Feliz navidad!

 

It was Christmas Eve babe/In the drunk tank/An old man said to me, won’t see another one/And then he sang a song/The Rare Old Mountain Dew/I turned my face away/And dreamed about you/Got on a lucky one/Came in eighteen to one/I’ve got a feeling/This year’s for me and you/So happy Christmas/I love you baby/I can see a better time/When all our dreams come true/They’ve got cars big as bars/They’ve got rivers of gold/But the wind goes right through you/It’s no place for the old/When you first took my hand/On a cold Christmas Eve/You promised me/Broadway was waiting for me/You were handsome/You were pretty/Queen of New York City/When the band finished playing/They howled out for more/Sinatra was swinging,/All the drunks they were singing/We kissed on a corner/Then danced through the night/The boys of the NYPD choir/Were singing “Galway Bay”/And the bells were ringing out/For Christmas day/You’re a bum/You’re a punk/You’re an old slut on junk/Lying there almost dead on a drip in that bed/You scumbag, you maggot/You cheap lousy faggot/Happy Christmas your arse/I pray God it’s our last/I could have been someone/Well so could anyone/You took my dreams from me/When I first found you/I kept them with me babe/I put them with my own/Can’t make it all alone/I’ve built my dreams around you

De nuevo en España… Presentaciones, viajes y (des)esperanza

De nuevo en España… Presentaciones, viajes y (des)esperanza

Opnieuw in Spanje. Weg van dat vurt Belgisch kutweertje, weg van de warmte van je familie en vrienden thuis. Mijn weekje België stond in het teken van duizend familiebezoeken op zondag, tamzakkerij op maandag, schoolwerk op dinsdag en Gent & gelukzaligheid op woensdag. Met elke dag minstens één bezoek aan mijn opa, natuurlijk. Tot tweemaal toe op zondag, met tussen beide bezoeken in de diamanten huwelijksverjaardag van mijn groottante en grootnonkel. Dat kan op zich als heel verre familie klinken, maar ik ken Nelly en Jeroom al van toen ik als kleine uk mijn oma haar huishouden op stelten zette met mijn aanwezigheid. Het merendeel van de mensen op dat feest kende ik echter niet, en ik kon me precies er echt niet toe brengen me sociaal op te stellen. Vriendelijk handjes schudden met onbekenden terwijl je opa op sterven ligt, het is niets voor mij. Op dinsdag moest er gewerkt worden, diezelfde ochtend van mijn terugkomst in Almería (op vrijdag) had ik een presentatie voor Literatura Inglesa IV (over het gedicht ‘When I consider how my light is spent” van John Milton), en die moest nog geheel voorbereid worden. Met behulp van zowel internet als de Norton Anthology ging dat echter heel vlot, en heb ik heel wat pseudo-intellectuele opmerkingen uit mijn oververmoeide botten kunnen slaan die vrijdag in de les. Woensdag was geheel andere koek, want dan stond er een dagje Gent op het programma. Ik kon niet terugkeren naar België zonder mijn liefste vriendjes eens goed vast te pakken, en probeerde mijn dag zo te plannen dat ik vrijwel iedereen nog eens kon zien. Het was een waar genot om te beseffen dat, hoever je ook op Erasmus zit, de vriendschappen die je de afgelopen twee jaar op de Blandijn gesmeed hebt niet vervagen. Ik zou hier een heel lang lijstje namen kunnen posten, maar dat doe ik niet: jullie weten allemaal wel goed genoeg hoezeer ik jullie knuffels apprecieer.

Woensdagavond was het zover, het moment van afscheid was aangebroken, ik zou mijn opa voor het laatst bezoeken, vastpakken en sterkte wensen. Het werd een prachtig ziekenhuisbezoek. Hoewel hij zeer vermoeid oogde, brabbelde hij er af en toe geheel op los en tot mijn verrukking kon ik maar al te goed begrijpen wat hij me wilde vertellen. Een van de droevigste momenten uit mijn leven kwam er daarentegen toen ik effectief afscheid nam, hem zei dat ik opnieuw naar Spanje moest maar op kerstmis terug zou zijn (met in mijn achterhoofd het besef dat hij kerst nooit zou halen) en hij me vertelde, vroeg, haast smeekte: “Blijf hier”. Iedere keer dat ik er aan denk, krijg ik er tranen in mijn ogen van. Maar het kon niet anders, donderdagnamiddag stond mijn vlucht reeds gepland richting Madrid en vrijdagochtend in de vroegte was ik opnieuw in Almería, niet op mijn eentje maar in bijzonder goed gezelschap. Datzelfde weekend kreeg ik mijn eerste bezoek in Almería, Jochen kwam speciaal uit Salamanca om mopjes te maken en mijn universiteitsstad als oerlelijk te beoordelen. Niet geheel terecht, dat moest hij enkele dagen nadien grif toegeven toen het op zes december 25 graden bleek te zijn en we aldus Sinterklaas konden vieren met een strandwandeling en een bezoek aan het oude stadsgedeelte.

Tussendoor hebben we ons allerminst verveeld, want dat weekend stond er een tripje naar Granada op het programma. Meteen na aankomst op Ellen haar kot moesten we al vertrekken richting Alhambra – het pronkstuk van alle Moorse praal en pracht was slechts het begin van een prachtige ontdekkingstocht in “de stad der steden”. Zoals de uitdrukking het terecht verwoordt: “No hay en la vida nada como la pena de ser ciego en Granada”. Granada is als het ware een beetje de voorhaven van Marokko, de tientallen soeks en ontelbare teterías verraden zijn Moorse karakter en konden ons bijzonder bekoren. Mocht iemand nog op zoek zijn voor een verjaardags- of kerstcadeau: ik wil zo’n Marokkaanse lamp voor aan mijn plafond te hangen in de Korianderstraat! Granada bleek zoals verwacht een beeldschone stad te zijn en bewees daarmee terecht mijn tweede keuze te zijn om op Erasmus te gaan – al is het in Almería een pak warmer en is er niets op te brengen tegen de beeldschone azuurblauwe zee op een wolkeloze dag.

Inmiddels is het reeds vrijdag en bevind ik me al twee dagen in Salamanca, waar het koud maar zonnig is en ik op mijn gemak kan werken aan, jawel, nog een presentatie, deze keer voor het vak Las Vanguardias Literarias. Het onderwerp is eerder wiskundig dan literair, maar kom, daar geven we volgende week wel een draai aan. Ik blijf hier nog tot maandag, om dinsdagochtend opnieuw in Almería te zijn en eindelijk (helaas) het reizen tijdens mijn Erasmus vaarwel te zeggen. Dat wil ook zeggen dat we bijna kerst zijn, binnen een week of twee (letterlijk, meen ik zelfs?) neem ik samen met Sofie de bus richting Malaga en het vliegtuig richting kerstavond. Je hebt er geen idee van hoezeer ik daar naar uitkijk. Mijn ouders hebben vorige week als rotsvaste steunpilaar gediend en zonder familie en hele goede vrienden om me heen voel ik me wat hopeloos verloren. De vrienden die je maakt op Erasmus zijn fijn, maar kunnen nooit zoveel steun bieden als mensen die je al langer en beter kent, omdat oppervlakkigheden soms nog steeds de bovenhand nemen en je dingen waar je echt mee zit liever opkropt dan deelt. Ik ben niet het vrolijke erasmusmeisje dat ik voor mijn vertrek dacht te zullen worden. Erasmus hield ook voor mij heel wat verwachtingen in, meer dan bang te zijn voor al dat nieuws was ik overdreven uitgelaten wanneer het over mijn toekomstig avontuur ging en ik zie dat enthousiasme beetje bij beetje afbrokkelen. Ik ken precies moeilijkheden om me overdreven spontaan en sociaal op te stellen als er soms zoveel oppervlakkig contact bij komt kijken. Misschien is, als puntje bij paaltje komt, Erasmus toch niet helemaal aan mij besteed. Al geniet ik met volle teugen van de reisjes die ik maak, mijn verwachtingen over het gebeuren in de stad zelf lagen volledig anders en ook al probeer ik deze compleet terug te schroeven, dan nog blijf ik met iets van teleurstelling achter. Door zoveel op de baan en zo weinig “thuis” te zijn in C/ Rodrigo Vivas Miras, begin ik me zelfs wat vervreemd te voelen van mijn knettergekke, superleuke kotgenoten. Ik hoop dit gevoel zeer snel van me af te kunnen schudden volgende week, maar omdat ik een typisch onzeker wijf ben, ben ik daar niet helemaal van overtuigd. Met zo’n slecht nieuws achter de kiezen blijkt eens te meer dat Erasmus mijn stoutste dromen niet zal waarmaken. Toch hoop ik er zeker nog het beste van te maken, ik heb nog anderhalve maand in de Spaanse zon te gaan en hoop er een prachtige tijd van te maken, ondanks elke twijfel, elke druppel zwartgalligheid en ieder greintje verdriet. Dit semester zou mijn meest zorgeloze ooit moeten zijn, dus laten we er nog een feestje van maken nu februari nog veraf lijkt.

La resaca catalán y el abuelo magnífico

La resaca catalán y el abuelo magnífico

Temidden alle berichtgeving uit het thuisfront, ging het leven in Almería gewoonweg verder. En wel op de volgende manier: veel te veel presentaties om voor te bereiden en veel te veel reisjes. In die volgorde, welteverstaan. Zich op maandag achter een bureau verschalken met in de ene hand ‘La Perspectiva Invertida’ van Florenski (u wilt heus niet weten waarover dat onding gaat) en in het andere een reisgids van Barcelona, het kon slechter. Na een paar dagen ploeteren en minder ploeteren, was het zover, Barcelona lonkte! Omstreeks half tien werden Sofia, Giorgia en ik op het station van Almería verwacht om er een busrit van vijf uur te overleven richting Malagá. Malagá ligt helemaal de andere kant op als je naar Barcelona wilt gaan, zegt u? Jazeker, maar van daar uit vliegen ook de goedkoopste vluchten, en voor we het wisten kwamen we toe in Barcelona – El Prat, op amper een halfuur busrit van Plaça Catalunya. Op diezelfde vlucht had ik à propos een beslissing gemaakt, veel saaie reisuren stemmen tot nadenken en ik had besloten toch naar huis te gaan, via Barcelona geraak je nog snel in Charleroi en diezelfde avond nog werd mijn vlucht geboekt. Mijn nakende thuiskomst betekende ook dat ik in plaats van een dikke twee dagen, plots amper anderhalve dag had om heel de stad te verkennen. Wat niet zo evident is gezien de Catalaanse metropool gigantisch groot is en vol bezienswaardigheden staat, toeristische attracties die ik stuk voor stuk met mijn eigen ogen wilde bekijken. Er zou niets anders opzitten dan iedere avond vroeg in bed te kruipen en iedere ochtend voor dag en dauw uit de veren te zijn, toch?

Ik kan je zelfs de schuldige van deze mislukking aanwijzen. Zijn naam is Koen François, is net als ik een halfjaar op Erasmus (maar dan in een grootstad in plaats van in een veredeld boerengat) en ik had er danig naar uitgekeken hem terug te zien. Helaas had hij net zijn baard afgeschoren, maar dat zou de pret niet drukken. Er was afgesproken met Elke, Wouter en het knettergekke bezoek van Wouter in Belchica, een Belgische bar dichtbij de universiteit waar ze op donderdag Duveltjes aan drie euro serveren! Met alle gevolgen van dien natuurlijk, na maandenlang teren op San Miguel, Cruzcampo en Don Simón was ik helemaal niets gewoon en drie duvels, drie pintjes en een chupito waren meer dan genoeg om mij in een vrolijke, zeverende dronken bui te krijgen tot ik uiteindelijk om half vijf mijn bed opzocht. Het voornemen om vroeg in mijn nest te kruipen had dus grandioos gefaald, maar daar zou mijn andere voornemen niet onder lijden. Rond kwart voor negen kon ik uiteindelijk mijn bed verlaten, en met een loden kop, een zware maag en een kwartier vertraging vertrok ik richting het Hard Rock Café, een mooi gekozen afspreekpunt. Natuurlijk zijn Italianen nog trager dan ik, en had ik geen zin om met mijn intussen half overwonnen kater (maar niet heus) louter een halfuur te zitten wachten. Een eerste wandeling op Passeig de Gracia  was een feit, en terstond bezocht ik ook Casa Battló, een eerste bolwerk van Gaudí als je de straat afgaat. Veertien euro inkom is vrij normaal in Barcelona, en was het zowaar ook helemaal waard. Ik ben helemaal wild van Modernisme (de kunststroming van Gaudí, Domenech i Montaner en Puig i Cadafalch) sinds Elizabeth Amann ons vorig jaar zoveel foto’s van Barcelona toonde, en de prenten logen er niet om, of misschien toch een beetje – in werkelijkheid was alles nog minstens duizend keer zo wonderlijk.

Een dik halfuur nadien begon mijn Italiaanse trektocht doorheen Barcelona; al is trektocht echt geen goede omschrijving voor het kuierende tempo waarmee wij op de Rambla, in La Boquería en uiteindelijk in Park Güell rondliepen. Voor Montjuic was er amper tijd want ik had om zes uur al opnieuw afgesproken met Koentje, om met open mond te gapen naar hoe mooi de Sagrada Familia er in de duisternis uitziet en om nadien af te zakken naar het kot van Wouter, waar er – het mag gezegd worden – een fantastische pasta voor ons bereid werd. Een tien voor sfeer en gezelligheid is evenmin overdreven. De volgende dag stond ik om half 8 op om eerst in mijn eentje de gebouwen te doen die ik nog niet gezien had – Casa Mila, bijvoorbeeld – en om daarna samen met Koentje “het mooiste wat hij ooit in Barcelona gezien heeft” te ontdekken. Het Palau de la Música Catalana was wel degelijk ook zowat het mooiste dat ik dat weekend onder ogen kreeg, en ik hoop er in de nabije of verre toekomst ooit eens effectief een concert te kunnen meepikken.

Omdat ik mijn foto’s van Barcelona nog niet op de computer kan zetten wegens gebrek aan kabeltje, kun je hier alvast wat geplukte afbeeldingen van google zien van de gebouwen die ik dit weekend bezocht heb, in chronologische volgorde:

Na anderhalve dag was het tijd om naar huis te gaan. En deze keer betekende “thuis” niet ons appartement op amper twee minuten van het Almeriaanse strand, maar thuis in het ijskoude België, om warmte op te zoeken in de armen van familie en bovenal in die van opa. Al had ik niet meteen knuffels verwacht van de man daar in het ziekenhuis van Sijsele, de laatste berichtgeving was slechts tragisch en het gevoel dat het “voor ieder moment kan zijn” was heviger dan ooit en zette iedereen tot bang, droevig afwachten aan. Plannen werden er amper gemaakt, want alles stond in het teken van zijn nakende overlijden. Opa krijgt palliatieve zorg en is intussen ook al berecht. Je hebt vast wel al van een CO-vergiftiging gehoord. Mijn opa zijn ademhaling is zo schrijnend slecht dat hij lijdt aan CO2-vergiftiging. Zijn longblaasjes zijn aan het afsterven en ofwel zal hij plots niet meer kunnen ademen, ofwel staat er hem nog een hartaanval te wachten – en van beiden zal hij niet meer te redden zijn.

Mirakels bestaan niet, zoveel is zeker, maar laatste opflakkeringen wel en mijn eerste bezoek aan Antoinetje leek bijna een droom. Het was echt alsof de man op mij gewacht had. De dagen ervoor en diezelfde middag nog zeiden mijn ouders dat ik in aantocht was, en daar lag hij, helderder dan hij in twee weken tijd geweest is, met zijn ogen open, zijn brabbeltaaltje op scherp en zijn lippen klaar om zijn kleinkind te kussen. Goddelijk is een woord dat ik niet vaak in de mond neem, maar dat was het zeker en vast. Het was een waar genot zo’n goede momenten mee te kunnen maken, en hoewel ik realistisch genoeg ben om te beseffen dat hij zeer binnenkort heel wat minder vitaal (onder de omstandigheden toch) en spraakzaam zal zijn, het stemt me zo gelukkig dat ik teruggekomen ben om afscheid te nemen. Opa zijn hersenen zijn aangetast door een eerste hartaanval, maar ik ben er heel zeker van dat hij maar al te goed beseft wie er allemaal in de kamer staat rond zijn sterfbed, en hoe graag we hem allemaal zien. Hoe snel dit terug naar af zal evolueren weet ik niet, maar één ding is alvast zeker: afscheid nemen is tegelijk het moeilijkste en het mooiste wat er bestaat, en ik ben er zeker van dat mijn grootvader niet alleen gaat zijn wanneer zijn tijd gekomen is, al was het maar omdat hij zoveel schoon vrouwelijk gezelschap rond zich heeft (zoals je kunt zien op deze foto). Eens een casanova, altijd een casanova.

Ik zie je graag, lieve opa, en wil niet dat je gaat.

El día más feliz y el día más triste de todo – vervolg

El día más feliz y el día más triste de todo – vervolg

Dankzij een heleboel hechte, fantastische vrienden heb ik er uiteindelijk toch een vrij fijne dag van moeten maken. Het heeft (vandaag toch) lang geduurd om het te beseffen, maar ik heb werkelijk een fantastische bende vrienden rond mij, zowel hier in Almería als in Gent. Hoe zegt men dat nu weer, iets met een boom en een schaduw? Daarenboven heb ik heel wat sms’jes van familie gekregen vandaag, u kunt zich wel voorstellen dat dat lichtjes nodig was. Enorm merci aan iedereen die vandaag een berichtje stuurde (op facebook of elders), aan iedereen die – al was het maar tien minuten, Emma Bossuyt – gebeld heeft via skype, aan iedereen die er vanavond bij was en me opnieuw oprecht gelukkig doen voelen heeft. En dan vooral aan de gitaar van Salvo en iedereen die meezong tijdens de gigaleuke karaokeversies van ‘Sweet Home Alabama’ en ‘Lemon Tree’. Het zal mijn enige verjaardag op Erasmus ooit zijn, en het blijft allesbehalve een gelukkige, maar ik mag mij effectief wel intens gelukkig prijzen met zulke mensen om me heen.


El día más feliz y el día más triste de todo

El día más feliz y el día más triste de todo

Een blog schrijven op 20 november, ik had niet gedacht dat te doen; ik zou het te druk hebben met te bekomen van een of andere loodzware kater, om dan tegen de vooravond al te mogen beginnen met groentjes te snijden voor een gigantische cena en nuestro piso ter ere van (mocht je het nog niet doorhebben) mijn twintigste verjaardag. Vandaag is het mijn verjaardag niet. Zo voelt het niet aan, tenminste.

Gisteren was één van de leukste dagen van heel mijn Erasmus. Hij begon met het gigafantastische plan opnieuw een vliegtuig te boeken richting Salamanca – en voor Koentje me weer beschuldigt van te veel lessen te skippen, ik heb wel degelijk vakantie tussen drie en elf december. Ik keek er al zo naar uit, tien dagen lang Granada, Almería en opnieuw Salamanca verkennen. Het leukste verjaardagscadeau dat ik me kan inbeelden. Bij deze (want ik weet dat ze Nederlands kan lezen): nogmaals bedankt aan Prakriti voor de inspiratie. En als top of the bill van al die gekke plannen, vertrokken we kort nadien naar een feestje van ESN – het plaatselijke hoofd van de Erasmusorganisatie was ook jarig, en dat mocht zeker niet onopgemerkt voorbij gaan. Een beetje vreemd misschien, fuiven vanaf drie uur ‘s middags, maar na een tijd brachten we er gewoon zelf de ambiance in en werd het een heel fijne namiddag. Zo lang duurde hij echter niet, ik moest snel naar de winkel om te veel couscous, kip, paprika, olijven, courgettes en Rochefort 8° (!!!), kortom alles wat ik nodig had om van het etentje daags nadien een geslaagde avond te maken.

Gisteren was één van de zwartste dagen van heel mijn Erasmus. Op de bus richting het  grootwarenhuis kreeg ik telefoon van thuis, blijkt dat het helemaal niet goed gaat met mijn opa. Zo’n terugval naar het intensieve, dat mocht zijn hart het nogmaals begeven er geen redden meer aan zal zijn. En dat kan quasi elke dag gebeuren. De kans dat hij het zou halen tot kerst, tot de dag waarop ik nog even zijn hand zou kunnen vasthouden, is uiterst miniem. Een schreeuwerig gevoel van opperste machteloosheid maakt zich meester van me, ik loop door de Almeriaanse straten en ben woedend op alles en iedereen, wou mensen omver rijden met mijn winkelkarretje en vooral vroeg gaan slapen, opdat ik niet op dezelfde dag om klokslag twaalf uur een eerste “cumpleaaaaños feliz” zou moeten aanhoren. Gisteren was mijn verjaardag al zeker niet, en ik had geen klein beetje zin om ook maar enigszins een feeststemming rondom mij te creëren. Vandaag is het dat evenmin. Ik word geen twintig, ik word louter neerslachtiger met de minuut. En wil bovenal thuis zijn.

Siempre viajando

Siempre viajando

Nogmaals: iedereen die denkt dat Erasmus louter om feestjes draait, is MIS. Wat er, in mijn oogpunt, minstens duizend maal belangrijker is, zijn de ettelijke reizen die ik dit semester zou maken. Dat ik daarnet mijn quasi laatste centen uitgegeven heb aan een citytrip Barcelona (richting Koentje!) in plaats van aan een cocktail of duusd in de plaatselijke Overpoort, zal u derhalve niet verbazen. Al gaat deze blog natuurlijk meer over de reizen die net gepasseerd zijn dan deze die nog moeten komen. En wát voor reizen. Een tiental dagen rondreizen door Castilla y León én Portugal, het was fantastisch. Alles begon op de trein, u mag nog zelf kiezen de welke. De trein van Madrid naar Salamanca alwaar ik zou opgewacht worden door de allerbeste vriend die ik me wensen kon, en die natuurlijk te laat was, of de trein richting Lissabon waar we diezelfde nacht samen nog op zaten, doodop maar vol goesting – in reizen, en al het moois wat Portugal te bieden heeft ontdekken.

U hoort het, in feite was Lissabon eerder de eerste stop, niet Salamanca. Tenzij u het kortstondige halloweenfeestje in de Posada meetelt alwaar wij probeerden de nacht te overbruggen om vervolgens onze trein van half vijf ’s ochtends te halen. Maar als u me een beetje kent, weet je maar al te goed dat Halloween nu niet bepaald mijn ding is en dat het desbetreffende feestje dus niet meteen als voltreffer, noch als beginpunt gezien mag worden. Al was het wel fijn, u hoort me niet klagen. Een eerste uitgaansavond met de gigaleuke kotgenoten van Jochen (Prakriti, het Indische meisje uit Plaza de San Justo, had voor de gelegenheid van mijn aankomst zelfs de woorden “Ik heb er naar uitgekeken u te ontmoeten” uit haar hoofd geleerd, hoe geweldig is dát), een eerste weerzien van Annelien, een eerste en (zotjammer) enige weerzien van Maxim, een eerste kennismaking met al die andere rare mensen die daar in Salamanca rondlopen. En een eerste pintje, of wat had u gedacht. Al bleef het wel bij dat ene pintje (eentje is geentje dus dan zijn we flink geweest, zo hebben Lannoo en Bertje me dat toch geleerd), want we moesten alert en wakker blijven om zeker niet te laat terug huiswaarts te keren, om daar ons gerief te pakken, snel een douche te nemen en al bibberend naar het station te vertrekken. Wat een idyllisch begin van zo’n spectaculair mooie reis, zeg.

Om een of andere geheel onverstaanbare reden slaap ik enkel goed op treinen wanneer slapen niet per se een noodzaak is, en rustig indommelen eerder een genotzuchtige deugd is dan een gebod. Van zeer veel slaap heb ik dus niet kunnen genieten, en op de eerste dag in Lissabon liep ik derhalve er een beetje als zombie bij. Gelukkig was het met Jochen nog erger gesteld, dus viel het niet al te veel op. Ons spotgoedkoop hostel bevond zich in Belém, een oud stadsgedeelte buiten het centrum waar het Monasterio (met het graf van Vasco da Gama) en de Torre de Belém zich bevinden. De eerste dag bestond er vervolgens uit een luie verkenningstocht te maken doorheen deze wijk en nadien een typisch Portugees gerecht te verorberen; vis dus, al ben ik altijd al meer te vinden geweest voor dorade dan voor kabeljauw. Op dag twee werd het centrum van Lissabon geheel (en iets wakkerder) onder de loep genomen, met onder meer een bezoek aan het kasteel dat op de stad uitkijkt. Dag drie was andere koek: dankzij een tip van een Filipijnse vriend van Jochen, zakten wij die middag af naar Sintra, een stadje op dertig minuten trein van Lissabon, en hoewel mijn kennis van andere Portugese steden ver onder nul reikt, kan ik Sintra toch al aanwijzen als een van de gezelligste plekjes die het land te bieden heeft. We waren vooral erg onder de indruk van de sprookjesachtige tuinen die we per abuis na een stevige wandeling tegenkwamen. Evenzeer zouden we onder de indruk geweest zijn van een zonsondergang op Cabo da Roca, het meest westerse punt van Europa, mocht het niet zijn dat inschatten wanneer het donker wordt niet onze sterkste kant was en de zon reeds verdween toen we op de bus stonden te wachten. Al heeft het maanlicht zeker ook zijn charmes.

Voor we het wisten, was onze laatste dag in Lissabon aangebroken. Nog snel slenterden we wat rond in Barrio Alto, het meest heuvelachtige stadsgedeelte, en daar was onze trein al. Zeven uur in dezelfde positie zitten is een uitputtingsslag, hoe leuk het ook is om over duizend en één dingen te praten met mijn desbetreffende buurman, en ondanks alle moeite om wakker te blijven, was ik plots doodop en zat er niets anders op dan meteen na aankomst in Salamanca mijn nest op te zoeken. Ik had nochtans reden om klaarwakker te blijven: diezelfde zaterdag is er een gekke Gentse bende toegekomen in de erasmusstad der erasmussteden, en natuurlijk wou ik deze zo snel mogelijk zien. Ze waren met acht; Elodie, Liesbet, Maxim, Lien, Ben, Arnaud, Hannelore en Lisa; en ik had ze allemaal gemist. Daags nadien trok ik er een hele dag mee op, van tam wijn drinken op het kot van Annelien, tot een stadswandeling op zoek naar de perfecte agenda voor Lien, wat tapas, wat Chinees en uiteindelijk een keifijn Italiaans (!) feestje met Annelien en Liesbet in de Irish Rover. Het was een zeer fijn weerzien.

De volgende dag vertrok de Gentse delegatie jammer genoeg opnieuw naar huis, maar het duurde niet lang of het volgende bezoek kwam reeds toe. Deze keer niet uit België, maar uit Almería! Giulia en Sofia vertelden me eind september reeds dat ook Salamanca op hun verlanglijstje stond van steden die ze wouden bezichtigen, en al snel werden plannen gemaakt om dit alles in realiteit om te zetten. Komt daar nog eens bij dat, geheel toevallig, net de maandag na datzelfde weekend de favoriete artiest van Giulia, Aloe Blacc, naar Madrid kwam, en elke droom werd definitief. Greet en Giorgia vervoegden het tweetal en al snel zetten ze Salamanca op stelten. Op zaterdag stond er een daguitstap naar Segovia op de planning, een pracht van een stadje dat vooral bekend staat om zijn kasteel, dat zelfs als inspiratie gediend heeft voor Disney. Ook het aquaduct was niet minder dan impressionant, zij het niet dat we het in een gietende regen en een bijtende koude bewonderd hebben. U hoort het, de herfst laat zijn grillen los op Castilla y León, en wij, arme zuiderse mensen, waren er het slachtoffer van.

Na een dagje afscheid nemen, vertrokken we op maandag uiteindelijk naar Madrid en na een hele middag onbeslist slenteren op zoek naar een hostel was het zover. De soul van Aloe Blacc is nu niet bepaald muziek die ik dagelijks zou opleggen, maar op een podium is het geweldig. De man danst dat het geen naam heeft, laat zijn stem gelden als een klok en inspireert tegelijk zijn hele publiek tot liefde en feestvreugde. Sofia was echter meer onder de indruk van de knappe drummer, zocht hem na het concert op voor een foto en een korte babbel, en wou achteraf er nog eens heen gaan om vuur te vragen, hetgeen zowat de oudste openingszin ooit is, en best voor hilarische taferelen zou gezorgd hebben moest ze op het einde toch niet besloten hebben er misschien net iets te verlegen voor te zijn dat te vragen. Na een laatste pint, amper vier uur slaap en een korte vlucht waren we terug in het zonnetje van Almería, en kan ik nu reeds met een beetje heimwee verkondigen:

Anderhalve week Salamanca en omstreken, het was niet minder dan een van de mooiste reizen uit mijn leven.

Everybody wants to be Italian

Everybody wants to be Italian

In de tussentijd zit ik net iets meer dan een maand in het zonovergoten Almería. Op 19 september kwam ik toe, vol gespannen verwachtingen, dromen en angsten, geen greintje heimwee dat zich snel zou omzetten in een hele hoop gemis – op dag twee, nota bene. Sin embargo, het lessenrooster en mijn vakken staan eindelijk officieel vast en het leven in Almería begint een routineus kantje te krijgen. Het went wel, Erasmus, een bed ver weg van je echte thuis, en een hele hoop nieuwe vrienden die daarbij komen kijken. Dringend tijd dus om jullie in te wijden in mijn wereldje en de mensen die mij omringen. Zoals je uit vorige blogs misschien al opgevangen had, word ik veelal omsingeld door Italianen, zo’n dertigtal bij elkaar. Het logische gevolg daarvan is dat ik intussen al een aardig mondje Italiaans kan begrijpen. Zelf spreken is nog wat anders, want zonder enige kennis van grammatica kun je nu eenmaal geen deftige zin vormen, maar ik ben er wel al op korte tijd in geslaagd het Italiaanse equivalent van “hemos venido para emborracharnos, el resultado nos da igual” foutloos te kunnen zingen, en ondanks de inhoud ben ik daar heel trots op, ja.

Het nadeel aan veel Italianen om je heen, is dat je er vaak echt geen speld tussen kunt krijgen. Zo’n Romaanse tongval raast als een snelheidsduivel over je heen, en je mag al blij zijn als je ongeveer doorhebt waar het gesprek over verhaalt. Vele Italianen houden er geen rekening mee dat je, ondanks je kennis van een beperkte woordenschat, helemaal geen meester bent van de taal an sich. Niet dat het de bedoeling is om mensen buiten te sluiten, het is meer een reflex om terug te vallen op de taal die je het best kent, en als de omstaanders het ongeveer kunnen begrijpen, is het allemaal wel goed. No pasa nada. Een korte vertaling in het Spanglish volgt wel als je zo verward kijkt dat je er muisstil van wordt. Wat wel een immens, immens voordeel is aan zoveel Italiaanse vriendjes, is de zekerheid dat je steevast gevoederd zult worden. Neen, echt, minstens drie, vier keer in de week organiseert er wel iemand een kookavond. Het gevolg hiervan is dat ik pasta uit mijn oren heb groeien, al smaakt het mij nog altijd opperbest. Zoals gezegd, ik ga binnenkort ook zelf eens mijn kookkunstjes moeten bovenhalen, en hoewel ik weet dat mijn couscous best heel lekker is (Giulia zei zelfs dat ik beter kon koken dan haar!), zit ik toch met keiveel schrik om voor zo’n bende achter het fornuis te staan. Op de twee laatste kookavonden was er effectief minstens twintig man, stel je voor.

De twee voornaamste ragazze in mijn erasmusbestaan ken je natuurlijk al: mijn kotgenotes Sofia en Giulia. Op de eerste uitgaansavond in Almería, many moons ago, kwam ik pas laat toe in los cuatros calles wegens een uitgelopen telefoongesprek, en daar waren ze. Miljoenen, triljoenen Italianen. Of toch op zijn minst een man of tien die ik nooit eerder gezien had, maar die stuk voor stuk lieve mensen bleken te zijn en die ik tot mijn (bijna) dagelijkse gezelschap mag rekenen. Giorgia is het meisje dat – naast Greet, Giulia en Sofia – tevens meegaat naar Salamanca, en haar kotgenoot Maurizio is zowat más o menos het vriendje van mijn Hongaarse vriendin en kotgenote Reka. Daarnaast leven Mauri en Giorgia ook nog samen met Roberta, maar haar heb ik al even niet meer gezien omdat ze zonder speciale reden een tussentijdse vakantie naar Italië ingelast had – je ziet, zo’n erasmuswener ben ik nu ook weer niet, want ik zie mezelf voor december niet op een vliegtuig richting België stappen. Nico en Salvo leerden we ook kennen die avond, je herkent hun namen misschien wel nog: zij waren onze reddende engelen die ons een slaapplaats aanboden na het vertrek bij Paloma. Intussen zijn ze helaas geen vriendjes meer, en wel om de volgende absurde reden: de olijke tweeling was aan het shoppen achter bestek, en toen ze terug thuis waren bleek dat ze koffielepeltjes vergeten waren. Nico zag er geen erg in, leven zonder cucharillos lukt ook wel, maar Salvo wou per se die kleine lepeltjes bemachtigen, hij heeft ze gekocht en vervolgens verstopt omdat Nico ze niet nodig achtte. Heeft u ooit een dwazere reden voor een ruzie gehoord? Ik evenmin.

Daarnaast hebben we Valentina en María, zij delen hun appartement met een overenthousiast Grieks meisje dat dacht dat Canada in Europa lag. María mag je niet verwarren met María Elena, want zo hebben we er ook een. Zij woont samen met een Alice (uitgesproken als Alitsjé, niet als Ellis) die wel houdt van een glaasje wodka. Davide kun je wel omschrijven als de grootste sportman onder ons, hij is dan ook in het begin van zijn Erasmus naar Decathlon gereden om een beachvolleybalnet. Davide woont samen met een Fransman, Maxime genaamd. Deze is het kindje van de bende, met zijn mopjes en neigingen om de boel compleet op stelten te zetten. De woorden “Maxime, qu’es-ce que tu fais?” zijn hier intussen quasi standaard geworden. Vervolgens hebben we Chiara, het meisje waar ik straks – louter door toeval – samen op de vlieger naar Madrid mee zal zitten, en tevens het Italiaanse meisje waar ik, buiten mijn kotgenotes om, het best mee overeenkom. Daarnaast hebben we nog twee Marco’s (en eventjes zelfs drie, toen een vriend van Sofia een paar dagen geleden op bezoek kwam) en een Mihail, een schat van een Giovanna uit Napoli, een Federica, een Francesca en nog wel wat volk dat ik sowieso vergeet. Andere nationaliteiten bestaan niet in Almería, everybody wants to be Italian.

Dat laatste is allesbehalve waar hoor, tot mijn directe vriendenkring mag ik ook twee Ieren, enkele Polen, een Duitse, twee Fransozen, een Hongaarse, een Portugees, een Mexicaanse en natuurlijk twee Belgische meisjes rekenen. Over die laatste twee kan ik maar beter positieve dingen schrijven want ze lezen misschien wel mee. Bij deze: Greet, ik vind je patatas bravas echt heel lekker hoor! Maak ze maar nog een keer ;) . En Sofie, je kunt maken dat je snel terug bent uit België en dat je u ferm amuseert op de openingsfuif van het VEK! De overvloed aan Italianen is echter gewoon zo gigantisch dat je je soms kan afvragen of je nog steeds in Spanje bent. En toch, om de een of andere reden, is mijn Spaans er al goed op vooruit gegaan. Sommige dagen babbel ik vlotter dan andere, maar dat is meer dan logisch. Ook mijn Spanglish wordt er enkel maar beter van. Echte Spaanse vriendjes maak ik vooral in de lessen, al is het niet altijd gemakkelijk om daar veel volk te leren kennen. Ze bekijken je altijd als Erasmus, en dat maakt je een vreemde vogel. Toch ga ik veelal graag naar de les, zeker naar mijn nieuw vak: Historia de la Literatura del Siglo XX. Een droom van een professor die onze kennis bijschaaft over mijn favoriete literaire periode, wat meer moet een mens hebben om tegen elf uur stipt achter een lessenaar te kruipen.

Het leven is hier mooi. Warm, natuurlijk, al mindert dat ook wel beetje bij beetje. Nu is het maar maximum 25 graden meer, kijk eens aan! En soms daalt het kwik verder tot 22, wat, echt waar, best koud aanvoelt. Wat zal dat zijn als ik met kerst terug in België ben? Erasmusdipjes heb ik echter nog steeds, vorig weekend (het weekend van de trip naar San José) zat ik bijvoorbeeld niet helemaal perfect in mijn vel. Gemis, het is me iets. Maar de frequentie van plotse aanvallen van heimwee is ferm gezakt, ik ben hier gelukkig. Niet zo gelukkig dat ik een jaar zou willen of kunnen blijven, of dat ik vijf maanden zou kunnen zonder een koude kerstmis thuis of bezoek aan en van Jochen en Annelien, maar toch: intens gelukkig. Giulia heeft gelijk wanneer ze over haar Erasmus spreekt als een parallel universum; de vriendjes hier en de vriendjes thuis staan als het ware compleet los van elkaar, en het mooie is dat ik weet dat wanneer ik terug ben, jullie er nog steeds voor mij zullen zijn. En eind deze week zie ik eindelijk mijn Gentse vriendjes terug, dus waarom zou ik jullie op dit moment missen? Hasta prontísimo! A domani!

¡Hola Córdoba! en andere vakantieplannen

¡Hola Córdoba! en andere vakantieplannen

Zoals beloofd, zou mijn volgende blog over een iets minder gewichtig onderwerp gaan. Erasmus staat niet enkel voor frustraties, verhuizingen, lessenroosters opstellen en opnieuw wijzigen, en feestjes die tot diep in de ochtend duren omdat er wel degelijk heel wat te vieren viel, maar draait bovenal om uitstapjes maken, de omgeving ten volle verkennen en genieten van het feit dat, ook al ligt Almería in el culo del mundo, dit gat van de wereld zich evenwel in Andalucía bevindt, nog steeds een van de mooiste plekjes op aarde. Het werd aldus dringend tijd om een eerste citytrip tussendoor te plannen. Vorig weekend deden we Córdoba aan, de stad die, wanneer reizen door Andalusië ter sprake komt, altijd in één ademstoot genoemd wordt samen met de metropolen van Zuid-Spanje, Sevilla en Granada. Córdoba ligt tussen beide praalsteden in en is vooral bekend om zijn Mezquita, een Moors bolwerk dat na de Reconquista eigenhandig gechristianiseerd werd door jaloerse katholieken. De kathedraal/moskee is aldus te definiëren een bevreemdende mengeling van Moorse architectuur en christelijke iconen. Zo kreeg iedere heilige hier wel zijn plaats – we zijn Moeder Theresa zelfs tegengekomen in de wandelgangen. Wat er vooral duidelijk wordt tijdens een wandeling door de gigantische zuilengalerij, is dat Moorse kunst zoveel prachtiger is dan katholieke. Bij deze bestel ik graag een teletijdsmachine om terug te keren naar de tijd wanneer de Arabische cultuur nog rustig floreerde op het Iberische schiereiland en er, zeker in het diepe zuiden, nergens sprake was van ene Jezus van Nazareth en zijn kitscherig esthetisch ideaal.

Mijn gezelschap tijdens dit uitermate gezellig tripje bestond uit de twee Belgische meisjes, Sofie en Greet, en twee Ierse deernes, Niamh en Ella. Tijdens de eerste avond was er slechts tijd voor tapas y nada más, aangezien de buschauffeur zo vriendelijk was er een uur langer over te doen en wij uiteindelijk zes uur na het vertrek in Almería toekwamen in het Andalusische bolwerk. Allereerst begon de zoektocht richting hostel en kot van Perdix, vervolgens de trektocht richting Plaza de la Corredera en de heerlijkste Patatas Bravas die we in heel Spanje al gegeten hebben. Sorry Greet, jouw home made variant kan er echt niet tegenop. Een liter sangría later werd het bijna tijd om onder de wol te kruipen, van reizen word je hoegenaamd lui. Niamh was het duidelijk oneens en verkende op haar eentje het uitgaansleven van de stad – het was tenslotte vrijdagavond voor iets. Wij zelf waren echter minder moedig, en na een leuke eerste babbel op het kot van Sofie’s scoutsvriend, werden er ons een dubbel bed en een matje toegewezen; morgen was een nieuwe dag.

Deze begon later dan verwacht, om de een of andere reden roept het Spaanse klimaat nu eenmaal op tot uitslapen. Wellicht daarom dat ik inmiddels mijn horario kunnen veranderen heb tot slechts één keer les om negen uur per week. Hoe het ook zij, tegen elf uur, half twaalf kwamen wij eindelijk uit ons bed gerold en na een ontbijt bij de vreemdste Spanjaarden die we al gezien hebben (en dat wil wat zeggen, want in Almería is iedereen over het algemeen knettergek), werd het tijd om aan een echte verkenningstocht te beginnen. Deze verliep niet meteen vlot, gezien wij niet op de hoogte waren dat het bordje naar de kathedraal simpelweg op de Mezquita doelde. Ons eerste bezoek was dus aan het kasteel van Córdoba, el Alcazar de los Reyes Cristianos, in het niets te vergelijken met dat van Almería; de tuinen beslaan geen dorre vlakte zoals in onze thuishaven, maar baden in het groen, en van het uitzicht van op het hoogste punt van het kasteel kunnen we concluderen dat Córdoba zo’n duizendmaal mooier is dan Almería. Niet dat we dat nog niet wisten, de kleine straatjes in de historische wijk op zich spreken heel wat meer tot de verbeelding dan onze Paseo Marítimo – al hebben wij natuurlijk wel een strand.

Onze lunch op zaterdag heeft ons genekt. Echt waar, wie kan er nu twee hoofdgerechten en een dessert na elkaar naar binnenspelen? Want je maakt mij niet wijs dat zo’n bord paella rechtvaardig de plek van primero opgeëist heeft. Hoe het ook zij, veel eten voor weinig geld, daar wordt een mens gelukkig van. En lui. En koopgraag, want ons middagmaal was inderdaad allesbehalve duur. Dringend tijd om de winkelstraten op te zoeken, want de volgende dag zou er niets open zijn. Een Desigual binnenlopen en niets meenemen is al een prestatie op zich, maar in de volgende winkel was het meteen prijs. A girl’s gotta do what a girl’s gotta do. Dringend tijd voor een pintje om al die shopgemoederen te doen rusten. En een tweede poging om de Mezquita (nu daadwerkelijk) te bezoeken, maar ook deze kon niet baten: in twintig minuten zou het complex sluiten, en nachtbezoeken kosten niet minder dan zestien euro. Beter toch geen kleedje gekocht dan. Edoch, het bezoek werd een dag uitgesteld – nu was het slechts tijd voor wat chillen op een dakterras, een nieuw bord Patatas Bravas en een kotfeestje waar ondergetekende wegens barstende koppijn helaas redelijk snel van huiswaarts moest keren. Het enige wat ik echter gemist heb, was de genialiteit van een lichtjes aangeschoten Sofie – de cafés in Córdoba lieten, naar ’t schijnt, op zaterdagavond toch wat te wensen over: te druk of te leeg, ’t is ook nooit goed.

Niet dat dat wou zeggen dat we daags nadien wél vroeg uit ons bed konden, wel integendeel. Omstreeks half één werd er uiteindelijk toch naar ontbijt gezocht samen met de Belgische en Amerikaanse Erasmussers van Córdoba. Nadien stond eindelijk de Mezquita op het programma, maar die heb ik in mijn inleiding al beschreven, dus pech voor al wie rake observaties in deze alinea verwachtte. Nadien dwaalden we rond in de joodse straatjes, bezochten we één van de drie overgebleven synagogen in Spanje (de andere twee er meteen bij nemen, zou wat moeilijk zijn, aangezien beide zich in Toledo bevinden), beseften we dat er niet al te veel aan te zien was en bestelden we al snel opnieuw wat tapas, om deze keer ons voornemen van “lichte lunch” wel degelijk in de praktijk om te zetten. Verder was er niet bijster veel meer te zien uit toeristisch oogpunt, aldus dwaalden wij wat rond van pleintje naar pleintje, hielden we een kleine siësta aan de Guadalquivir en gingen we uiteindelijk op zoek naar een betere Italiaan, wiens prijzen voor bier op de kaart en in werkelijkheid dag en nacht verschilden. Laat op de avond werd het tijd om de Puento Romano vaarwel te zeggen, ’s nachts is deze wondermooi verlicht dus was het de omweg zeker waard. Maandagochtend was het tijd om vroeg uit de veren te gaan om die ellenlange bus naar Almería te halen, deze deed er uiteindelijk geen zes maar vijf uur over om ons thuis af te zetten en daardoor geraakten diegenen die les hadden onder ons, nog mooi op tijd achter hun lessenaar. Als dat niet educatief verantwoord is.

Hieronder volgen wat foto’s om jullie verder groen van jaloezie te laten uitslaan:

Tijdens het weekend dat net achter de rug is, stond er een dagtrip richting Cabo de Gata en het mooie strand van San José op het programma. Veel valt er echter niet over te vertellen, tenzij dat er veel wind opstak en dat zand in je ogen krijgen niet altijd een pretje is. Nadien waren we uitgenodigd bij María Elena, alwaar er opnieuw overheerlijke pasta voor ons gekookt werd. We worden hier echt verwend jong! Intussen heb ik mijn eigen kookkunsten ook al wat uitgetest, om die lieve Italianen binnenkort ook eens terug te trakteren op een etentje. Volgend weekend staat er nog niets speciaals gepland, Granada kan wachten, maar de week nadien is het zover: tijdens de herfstvakantie zie ik mijn liefste vrienden uit het Gentse terug! Annelien en Jochen vertoeven natuurlijk reeds zelf in Salamanca, maar ook Elodie, Maxim, Liesbet, Ben, Lien, Arnaud, Lisa en Hannelore komen – zo heel toevallig – op hetzelfde moment dé studentenstad der Spaanse studentensteden bezoeken. Het eerste weekend zal ik hen echter nog niet meteen zien, want ook een citytrip binnen een citytrip staat op het programma – Jochen en ik gaan samen naar nergens minder dan Lissabon. Als klap op de vuurpijl komen mijn eigen kotgenoten het laatste weekend van de herfstvakantie af, om de sfeer op te snuiven in Salamanca, om er iedereen te leren kennen, een zwaar feestje te bouwen en uiteindelijk te concluderen dat het bij ons warmer is en dat een strand toch zwaar opweegt tegen de Erasmusstad bij uitstek. Tijdens de laatste dag in het hart van Spanje, zullen we reeds afzakken naar Madrid om het concert van Aloe Blacc bij te wonen, wat zeer goed uitkomt want zo kunnen we daags nadien in de vroegte het vliegtuig in plaats van de veel te dure trein halen en wederom alsnog op tijd in de les geraken. Mooie, prachtige, ronduit schitterende vooruitzichten.